De diagnose was voor mij een lang gehoopt antwoord op een onbestemd ontheemde vraag. Want hoewel ik een verzameling aan eigenaardigheden bezit, is het verklaarbaar dat ik mijn autismediagnose pas op mijn 32e ontving. Ik kan goed (genoeg) leren, ben verbaal zeer sterk, en kom tot op zekere hoogte mee met wat de maatschappij van mij verwacht. Ik heb mijn eigen praktijk, daarnaast nog een keur aan projecten, een rijk sociaal leven met diepe vriendschappen en sport, en een partner met wie ik samenwoon en polyamoreus leef. Dat een ogenschijnlijk normaal leven heel veel balanceerwerk van me vraagt, blijft vaak onzichtbaar. Bijna niemand ziet mijn lege weekenden waarin ik alleen maar op de bank lig om indrukken te verwerken, dat ik af en toe een meltdown heb die mijn partner met mij opvangt, of hoezeer ik me moet voorbereiden op nieuwe dingen, om eens wat voorbeelden te noemen. Ik heb lang gedacht dat ik “de truc” gewoon nog onder de knie moest krijgen en me niet zo moest aanstellen. Iedereen kan het toch, leven? Inmiddels zie ik: meedraaien kost mij simpelweg meer energie dan veel anderen.
EFT is voor mij een poos moeilijk behapbaar geweest, hoewel ik wel doorhad dat er iets van betekenis speelde met dat hechtingsgebeuren. Dat kan ik vanuit verschillende kanten verklaren, maar een belangrijk deel ervan is dat emotionele veiligheid voor mij lang schaars is geweest. Daardoor snapte ik niet goed wat er met (op dat moment voor mij vage) begrippen als veiligheid en verbinding werden bedoeld.
Mijn onbegrip van toen heeft ermee te maken dat mijn autistische brein zoekt naar een mate van voorspelbaarheid (wat wel eens wordt verward met controledwang of mijn zin willen doordrukken, maar dat is het niet). Voorspelbaarheid is belangrijk voor me, omdat elke verandering apart verwerkt moet worden. Daar heb ik geen keus in; het is simpelweg de ordening van mijn interne wereld, al zo lang als ik me kan herinneren. Spullen die verplaatst zijn, de planning die last minute verandert, een voorstel om iets te doen wat ik niet ken, emoties bij mijn partner die ik niet goed kan plaatsen; het zijn allemaal zaken die ik bewust moet verwerken. Dat kost aandacht en energie, en waarschijnlijk was ik nog bezig met de vorige veranderingen verwerken. Overvraagd zijn en op mijn tandvlees lopen is dus lang mijn standaard staat van zijn geweest, zonder dat ik het doorhad.
Nou is constante verandering een definiërende eigenschap van het leven. Voorspelbaarheid is daarin schaars. Tijdens het samen werken en leven en liefhebben met anderen, wist ik lang niet hoe ik voor mijn autistische gestel kon zorgen, en anderen om hulp kon vragen. Dat heeft geresulteerd in een leven vol ups en downs, onbegrip en ruzies tussen mijn partners en mij, en veel overspanning.
Pas sinds ik weet van mijn autisme, is veilige hechting van een theoretisch verhaal een geleefde ervaring voor me geworden. Veel van mijn gedrag is autistisch en niet reactief. Ik kijk liever naar mijn sudoku dan naar mijn partner als hij iets over zichzelf vertelt, bijvoorbeeld. En als ik wegliep na een gesprek, bleek vaak dat het gesprek voor mijn partner nog niet was afgelopen, terwijl ik dacht: “we zijn wel klaar”. Waar dat eerder duivelse dialogen opleverde (“ben je niet eens geïnteresseerd in mij?!”, “zeg dan hoe ik het goed moet doen!”), zijn dit nu normale of zelfs grappige momenten. De reactiviteit is gezakt, het begrip is gegroeid. Mijn responsiviteit is nog steeds minder, of anders, dan bij neuronormatieven, maar dat levert minder kwetsing op.
Tegelijkertijd helpen sommige van mijn autistische eigenschappen me bij mijn werk met partners. Als ik mijn aandacht focus op een cliënt, zie ik vaak heel goed dàt er iets gaande is; er verandert iets in mimiek, kleur, lichaamshouding, sfeer. Vervolgens goed begrijpen wàt er dan precies veranderd is in de binnenwereld van de cliënt, dat is dan weer moeilijker voor mij. Gissen en missen gaat bij mij met een ruime portie missen. Tijdens een eerste gesprek stem ik daarom expliciet af met mijn cliënten: “Als ik gevoelswoorden zeg, en je merkt, het zit eigenlijk anders voor mij, stuur me dan bij. Mijn doel is om me in je in te leven en je zo goed mogelijk te begrijpen”. Dat maakt de samenwerking tussen hen en mij helder. Mijn autistische oprechtheid is daarin een groot voordeel: ik zeg zo goed mogelijk wat ik bedoel en aan mijn intenties hoeven mensen niet te twijfelen. Dat geeft een voedende basis voor een fijne verstandhouding, waarin ik niet op mijn tenen hoef te lopen. De rol van tijdelijke, dubbel partijdige, hechtingsfiguur kan ik zo redelijk makkelijk innemen, ook als ik wel eens een sociale cue mis. Want ja, als autist overkomt me dat zeker. Soms voel ik dan schaamte achteraf; ik wil natuurlijk responsief zijn en het duwt op een bekende blauwe plek als dat niet 100% soepel is gegaan. Inmiddels weet ik ook: het gaat niet om dat ik nooit iets mag missen, maar dat ik kan herstellen. En dat kan ik inmiddels.
Een handigheidje aan de ordening van mijn beleving, is dat die niet zo geënt is op normativiteit. Algemeen heersende normen zijn voor mij vaak onredelijk of arbitrair, dus als iemand het leven op diens eigen manier doet, is dat voor mij vaak logisch te volgen. Bovendien ben ik erop ingesteld dat er de hele tijd onvoorspelbare dingen gebeuren. Als iemand dus een significant anderssoortige beleving heeft dan ik, is dat op een bepaalde manier normaal voor mij, want dat heb ik de hele dag bij vrijwel iedereen. Mijn focus op polyamoreuze relaties is een voorbeeld van hoe die diversiteit bij mij in de kamer komt, maar ik merk ook dat mensen met gemengde culturele, etnische en religieuze/spirituele achtergronden, queer en trans mensen, en mede-neurodivergente mensen, mij goed weten te vinden.
EFT is voor mij daarin een betrouwbaar kader geworden. Hoe divers de belevingen van mijn cliënten ook zijn, ze zoeken veiligheid om naar terug te keren en een basis voor hun avonturen in de wereld. Elke persoon wil weten dat een ander er voor ze is. Elke persoon wil gehoord worden, getroost, begrepen, gevierd. Ook als ze amper geloven dat zoiets bestaat, of als hun vertrouwen daarin beschadigd is. Nu ik weet wat de vorm van mijn denken is, en ik dus weet wat het verschil is tussen mij en veel anderen, kan ik de bruggen van verbinding makkelijker slaan. Ik kan mijn energie beter beheren omdat het EFT-model me een landkaart geeft van hoe (ook onverwachte) emoties en uitingen eigenlijk logisch verklaarbaar zijn. (Die frase van die landkaart heb ik trouwens ook lang niet begrepen, maar is inmiddels stevig verankerd in mijn hulpverlening.) Het hechtingsperspectief maakt me minder ongeduldig en begripvoller wanneer iemands bescherming ferm is.
En dan is het veelal simpelweg genieten, van partners ondersteunen bij hun zoektocht naar nabijheid met zichzelf en met elkaar.