Karin Wagenaar legt uit: je zit wel met één persoon in de kamer, maar je hebt het altijd over relaties. Die zitten als het ware in iemands hoofd. En met EFIT kijk je naar die relaties in het hoofd van de cliënt, met de hechtingsbril op.

Waar je in Emotionally Focused Therapy for Couples (EFCT) de interactie tussen twee mensen direct ziet gebeuren, zit je hier met één persoon die een veelheid aan levensverhalen meebrengt. Dan wordt het belangrijk om een goede focus te bepalen: wat is nou de kern? Wat is de cirkel die iemand steeds opnieuw herhaalt, in allerlei relaties?

Fase 1: interne cyclus zichtbaar maken

In EFIT ga je op zoek naar die steeds terugkerende positie die iemand inneemt in contact met anderen.

Karin geeft als voorbeeld een recente sessie die ze heeft gedaan. Ze vertelt dat de cliënt zich altijd sterk en zelfstandig toont, maar zich ondertussen eenzaam voelt. Zij heeft al jong geleerd om groot te zijn, voor anderen te zorgen, en ze maakt zichzelf niet zichtbaar in wat ze nodig heeft.

Dat patroon is ooit ontstaan als een manier om te overleven voor haar. Maar later in haar leven werkt het niet meer, en wordt het patroon een soort gevangenis. Zij is altijd groter, ze is altijd anders dan de rest, en ze voelt geen aansluiting bij leeftijdsgenoten. Haar oplossing was om zelf dingen te organiseren, om het zelf leuk te maken. De mensen van haar eigen leeftijd keken naar haar op, maar uiteindelijk bleef ze ook alleen.

En zo ging dat de hele tijd door in haar leven. Ze stond voor anderen klaar, deed stoere dingen, maar voelde nooit dat ze bij een groep hoorde van gelijkgestemden. Dat is als het ware je blauwdruk die zij met zich meeneemt, en die in deze therapie helder wordt. Dat is fase 1 van de EFIT.

Wat je dan samen gaat doen, is dat patroon zichtbaar maken. Niet alleen cognitief, maar echt voelbaar. Wat gebeurt er van binnen? Wat voel je? Wat doe je dan? En wat roept dat weer op bij anderen? Daar zit die bekende beweging, Karin verwijst hier naar een mantra die Jef altijd gebruikt over cliënten:

"Ik voel wat ik voel, en daarom doe ik wat ik doe in die context. En daardoor blijf ik voelen wat ik voel, en doe ik ook weer wat ik doe." Het patroon herhaalt zich steeds.

In het voorbeeld dat Karin geeft ziet dat er zo uit: Ik voel me eenzaam dus ga ik gewoon zelf actief worden. En dan gaan andere mensen waarschijnlijk denken, oh, ze kan het zelf, ze heeft niemand nodig. Vervolgens krijgt ze niet de steun of troost, die ze eigenlijk wilde, en blijft ze alleen achter. Zo versterkt het zichzelf.

Als dat patroon eenmaal voelbaar wordt tijdens de therapie, ontstaat er zelfcompassie. Iemand ziet: dit was toen helpend, maar nu zit het me in de weg. Van daaruit komt er ruimte om verder te kijken. Wat heb je eigenlijk nodig? Waar verlang je naar, maar wat laat je niet zien? Dat is de tweede fase van EFIT.

Fase 2: verlangens en behoeften

In die fase wordt vaak gebruikgemaakt van beelden uit het verleden om contact te maken met een kwetsbaar onbenoemd verlangen. Bijvoorbeeld door iemand terug te laten gaan naar een jonger stuk van zichzelf. Hoe zag je eruit als kind? Wat deed je? Was je alleen of met anderen? Kun je me beschrijven waar je bent?

Soms komt daar een heel eenzaam beeld naar voren. Soms juist een kind dat zich heeft aangepast en geleerd heeft zichzelf te redden. En dan kan er een nieuw contact gemaakt worden met dat deel van zichzelf. We creëren een moment waarin iemand als volwassene naar zichzelf als kind kan kijken, en dat kind iets kan bieden wat er toen niet was. Dat kan troost zijn, of erkenning.

Maar dat is niet altijd voldoende. In sommige situaties blijkt dat iemand die troost niet alleen van zichzelf nodig heeft, maar juist van een ander, bijvoorbeeld een moeder of een vader met een warme blik. Dan wordt er gewerkt met het beeld van een ouder of iemand anders die betekenisvol was. Wat zou die zeggen? Wat had je willen horen?

Op die manier ontstaan er nieuwe ervaringen, van binnenuit. Dat gebeurde ook in dit gesprek, vertelt Karin. Er kwam een positieve herinnering boven, een authentiek blij stukje van zichzelf dat ze een beetje was kwijtgeraakt. Dat kan dienen als een resource, een hulpbron in jezelf, die je kunt aanboren op momenten dat je je alleen voelt. Of te veel verstandig bent. Of te veel alleen maar bezig bent voor andere mensen. Er kan iets geheeld worden in het contact met het zelf.

De kern van het verhaal

In de eerste fase ben je samen met de cliënt bezig om te ontdekken. Wat is nu het patroon dat de cliënt steeds herhaalt door het leven heen, als een soort optimale aanpassing om toch iets te krijgen?

Dat is uiteindelijk een gevangenis geworden, en voldoet niet meer aan wat je nu nodig hebt. Dat moet je eerst gaan zien voordat je het kan loslaten.

Dan wordt het verlangen helder. Bij deze cliënte was dat de behoefte aan meer openheid naar anderen. Maar het delen van haar emoties, dat vindt ze best moeilijk. Dát is dan fase twee, waarin die verlangens en behoeften boven komen.

Daar gaan we mee werken. Alles wat ze zegt, kun je beschouwen als een encounter. En belangrijk is dat ik mijn respons daarop geef: "Wow, hoe is dat nu om dat jezelf zo te horen zeggen?" of "Wat bijzonder om te horen". Dat zijn eigenlijk allemaal druppeltjes validering die je aan haar geeft. Waardoor ze zich gezien, begrepen en geliefd voelt. Dat zijn allemaal momenten van een correctieve emotionele ervaring.

Maar kernachtiger, benadrukt Karin, is dat de cliënt in haar eigen innerlijke systeem een helende boodschap krijgt van mensen die belangrijk voor haar zijn. Ook al zijn die niet makkelijk te vinden, er is altijd ergens een bron. En als er niemand is, dan heeft ze altijd zichzelf nog.

De cliënt gaat voelen: ik ben hier voor mijn kleintje. En ik ben hier om haar troost te geven. Ik ben super trots op wat ze heeft gedaan, dat heeft mij nu sterk gemaakt. Want dat verstandige kind, dat zit nog steeds in mij. Die erkenning voor dat deel in zichzelf maakt minder alleen. Waardoor ze zelf voelt, er is een mogelijkheid om te groeien. Er heelt iets van binnen wat lang onderbelicht is gebleven. Dat is het mooie van EFIT.

Verandering van binnenuit

We werken niet met opdrachten. Verandering ontstaat doordat er van binnen iets verschuift op emotioneel niveau.

In plaats van te vragen wat iemand met de sessie heeft gedaan, kan je bijvoorbeeld vragen: wat is er met je meegereisd? Dat houdt het opener. Iemand hoeft niet te presteren of iets goed te doen.

Vaak blijkt dat er dan toch al kleine dingen veranderd zijn. Iemand die ineens contact zoekt, of iets uitspreekt wat eerder niet lukte. Vervolgens sluit je daar geinteresseerd op aan als therapeut: "Oh interessant. Vertel eens." Vaak beseft de cliënt niet dat zij al een stap gezet heeft.

Het gaat om het aanboren van alles wat al in iemand zit, dat we naar boven halen en in het licht brengen. Waardoor haar bewustwording daarover groter wordt en ze zich ineens realiseert: "Oh ja er zijn duizenden mogelijkheden die ik heb."

Je krijgt met EFIT een doorvoeld inzicht in jezelf. En dat intrapsychische stuk is ook in koppeltherapie heel bruikbaar. Maar pas als de eerste fase voorbij is en de ruzies gestabiliseerd zijn, wanneer je naar de tweede fase van de relatietherapie kan. Dan zijn de partners eigenlijk zelfs nieuwsgierig omdat deze aanpak ze nog meer inzicht geeft in elkaar.

EFIT als onderdeel van één geheel

Wat EFIT óók brengt, is meer flexibiliteit in het therapeutisch werken. Het maakt het makkelijker om te schakelen tussen individueel werk, koppeltherapie en gezinstherapie, zonder het model los te laten.

Bijvoorbeeld in situaties waar er veel speelt bij één van de partners, zoals trauma of persoonlijkheidsproblematiek. Dan kan het helpend zijn om daar individueel op in te zoomen. Soms met de partner erbij, en soms ook apart, om dat later weer in te vlechten in de partnergesprekken.

Dat vraagt wel ervaring, benadrukt Karin. Het is complexer, en het vraagt dat je goed weet wat je doet. Maar het geeft ook ruimte om minder strak vast te zitten in één modaliteit.

"Ik heb individuele gesprekken nodig om die persoon beter te kunnen doorgronden en te kunnen reguleren. En daar is EFIT heel fijn voor: dat je nu niet uit het model stapt, maar dat je in het model blijft en EFIT kan doen."

Wat wel steeds duidelijker wordt, is dat de drie vormen, individueel, koppel en gezin, bij elkaar horen. Dat het één geheel is, waarin je kunt bewegen afhankelijk van wat er nodig is. En dat is wat EFIT toevoegt: dat het werk met hechting niet stopt bij de interactie tussen mensen, maar dat het zich ook van binnen afspeelt, en vervolgens weer relationeel te maken is.

Deel artikel

Gerelateerd nieuws