Samenvatting
Door zowel aandacht te besteden aan persoonlijke processen, als aan de relatiedynamiek kan een seksuologische behandeling dan ook effectiever worden vormgegeven. Integratie van sekstherapie en relatietherapie kan immers niet alleen relaties verbeteren, maar ook de mogelijke effecten van deze interactiepatronen op seksuele problemen doen afnemen. In dit artikel wordt gericht op emotionally focused therapy (EFT), een wetenschappelijk onderbouwd relationeel denkkader, waarbij het verbeteren van de emotionele responsiviteit en inzicht in elkaars hechtingsbehoeften en -angsten centraal staat. Daarnaast wordt in dit artikel stilgestaan bij de invloed van hechtingsstijlen op de seksuele beleving. Onderzoek toont aan dat veilig gehechte volwassenen seks vaker zien als een bron van plezier en een manier om verbondenheid met anderen te ervaren, terwijl onveilig gehechte volwassenen vaker gebruikmaken van seks om bevestiging te zoeken of seks liever individueel beleven. Kennis over hechting kan dus niet alleen ingezet worden om een relatie te verbeteren en het beloop van seksuele klachten te beïnvloeden, maar kan ook rechtstreeks toegepast worden en richting geven aan een seksuologische behandeling. Hoewel er nog altijd meer onderzoek nodig is, beïnvloeden seks en relaties elkaar over en weer. Integratie van sekstherapie en relatietherapie zou dan ook aan beide disciplines waardevolle toevoegingen kunnen leveren. Kennis over hechting en relatiedynamiek, toegepast vanuit de EFT of andere denkkaders, kan tot een beter begrip van seksuele problematiek leiden en zo effectievere seksuologische behandelingen faciliteren.
Karin Wagenaar is EFT trainer voor ICEEFT, opleider, supervisor en leertherapeut NVRG en is werkzaam in haar eigen praktijk voor Psychotherapie. Ze is oprichter en bestuurslid van de stichting EFT Nederland.
Jolien Spoelstra is werkzaam als GZ-psycholoog, seksuoloog/supervisor NVVS en EFT relatietherapeut in haar eigen praktijk te Haarlem.
Astrid Kremers is seksuoloog NVVS en EFT therapeut, eigenaar van sexuoloog.nl met vestigingen in Utrecht en Haarlem
Wanneer je als seksuoloog werkzaam bent, zal je stellen in je spreekkamer tegenkomen. Omdat seksualiteit vaak ingebed is in een relationele context, zal een seksuoloog, waar mogelijk, partners meenemen in de behandeling of vanaf de start samen begeleiden. De behandeling van stellen vraagt echter om een andere benadering dan individuele therapie. Want waar je bij individuele behandelingen de focus vooral legt op de persoonlijke processen van de cliënt, vraagt het werken met stellen een verdeling van de therapeutische aandacht, meervoudige partijdigheid, alsmede een focus op de interpersoonlijke dynamiek tussen de partners.
Deze focus op de interpersoonlijke dynamiek, of relatiedynamiek, is belangrijk omdat er een ‘circulariteit’ kan ontstaan: het gedrag van de een (bijv. boos worden), zorgt voor een reactie bij de ander (bijv. zich emotioneel afsluiten), wat weer een reactie bij de een veroorzaakt (bijv. nog bozer worden), et cetera. Deze circulariteit kan niet alleen de veroorzaker van seksuele problemen zijn, maar ook een in standhoudende factor of zelfs datgene waardoor de problematiek in de loop van de tijd verergert. Vanuit deze gedachte kan een seksuologische behandeling waarbij eventuele problematische relatiedynamiek adequaat wordt geadresseerd, niet alleen seksuele klachten verminderen, maar ook langdurig herstel bevorderen.
Een integratie van sekstherapie en relatietherapie zou zodoende een waardevolle toevoeging kunnen leveren en tot effectievere seksuologische behandelingen kunnen leiden.
Er bestaan verschillende verklaringsmodellen van waaruit relatiedynamiek beschouwd kan worden, zoals Integrative Behavioral Couple Therapy (IBCT) of de zelf-differentiatietheorie. In dit artikel richten we ons op de vraag hoe emotionally focused therapy (EFT), een ander veelgebruikt relationeel denkkader, en uitgebreidere kennis over hechting seksuologen kan helpen bij de begeleiding van stellen en de behandeling van seksuele problematiek in een relationele context.
Tom en Imme zijn inmiddels 7 jaar bij elkaar. Al relatief vroeg in hun relatie bleek dat ze niet op een lijn lagen wat betreft hun seksuele verlangens. Imme benoemt dat zij vaker seks zou willen dan Tom en dat ze hier in toenemende mate gefrustreerd en boos op reageert. Tom geeft aan zich juist steeds vaker terug te trekken. Ze willen beiden graag ‘volgende stappen’ zetten in hun relatie, maar Imme vertelt dat ze dat niet aandurft zolang de seksuele problemen voortduren. Het stel heeft zich aangemeld voor een seksuologische behandeling vanwege een verschil in seksueel verlangen. De seksuoloog neemt de tijd voor een uitgebreide intake.
Daarin vertelt Tom uit een warm nest te komen met een vader en een moeder die een fijne relatie hadden en weinig ruzie maakten. Beide ouders waren veel aan het werk. Bij doorvragen blijkt dat Tom’s oudere zus goed kon leren en daarnaast aan topsport deed. Hij geeft aan dat hij gedurende zijn jeugd geregeld te horen heeft gekregen dat hij wat harder zijn best moest doen en wel wat meer op zijn zus zou mogen lijken.
Emotionally focused therapy
Emotionally focused therapy (EFT), ontwikkeld door Sue Johnson (Johnson & Greenberg, 1985; Johnson, 1996; Johnson, 2019), heeft zich bewezen als een effectief behandelmodel voor partnerrelatieproblemen en wordt inmiddels wereldwijd als een wetenschappelijk onderbouwde werkwijze erkend (Furrow, Johnson, Bradley, Brubacher, Campbell, Kallow-Lilly, Palmer, Rheem & Woolley, 2022). Wanneer EFT wordt ingezet bij partnerrelatieproblematiek heeft het als doel de ‘emotionele responsiviteit’ tussen partners te verbeteren, waarmee wordt bedoeld dat partners emotioneel beschikbaar voor elkaar zijn en open en empathisch op elkaar reageren. Dit wordt onder andere bewerkstelligd doordat het partners leert om onderliggende hechtingsbehoeften en -angsten naar elkaar uit te spreken en helpt om de dynamiek tussen hen beter te begrijpen en te doorbreken, waardoor het onderlinge gevoel van verbondenheid wordt vergroot. Maar waar is dit behandelmodel op gebaseerd en hoe ziet een EFT behandeling er in de praktijk uit?
Hechtingstheorie en relaties
EFT is gebaseerd op de hechtingstheorie (Bowlby, 1988; Bretherton, 1992; Johnson & Whiffen, 2003), welke stelt dat ieder mens de biologische behoefte heeft om nabijheid te zoeken bij belangrijke anderen om aldus een veilige haven te ervaren wanneer er gevaar dreigt. Deze aangeboren hechtingsbehoefte en de daarmee samenhangende angst voor verlies van verbondenheid vormt een belangrijke drijfveer voor ons menselijk handelen. Bij dreigend verlies en stress treden drie hechtingsstrategieën in werking. De eerste is het zoeken van nabijheid en geborgenheid. Wanneer deze strategie onvoldoende effect sorteert, worden (een van) twee andere emotieregulatiestrategieën geactiveerd, hyperarousal en hypo-arousal. Wat betekent dat er nog meer toenadering gezocht wordt of juist afstand wordt genomen. De respons van anderen op onze hechtingsstrategie bepaalt de ontwikkeling van bepaalde hechtingspatronen, welke we in de volwassenheid ‘hechtingsoriëntatie’ noemen. De hechtingsoriëntatie van een persoon kent een aantal dimensies: ervaren veiligheid (comfortabel zijn met steun geven en ontvangen), angst (neiging om te piekeren over verlies van anderen en verlating), vermijding (neiging om te piekeren over verlies van eigenheid en autonomie) en desorganisatie (geen coherente strategie hebben om emoties en relaties te reguleren) (Simpson & Karantzas, 2019). Zodoende kan een persoon een veilige hechtingsoriëntatie ontwikkelen of een onveilige hechting, welke onderverdeeld kan worden in een angstige hechting, vermijdende hechting of gedesorganiseerde hechting.
De afstemming tussen ouder en kind is van belang voor een optimale hechting en vormt de basis voor een veilige hechting en gezonde interpersoonlijke relaties (Wagenaar & Van Hoorn-Ten Hoeve, 2025), waarin behoeften en angsten gezien en op empathische wijze beantwoord worden. Dergelijke patronen zien we ook in de volwassenheid. In een veilig gehecht kind en volwassene, zien we dan ook vaker een open wijze van communiceren, een goed vermogen om met conflict om te gaan, vertrouwen in anderen en positieve overtuigingen over relaties (Dewitte, 2016). Is er echter sprake van onveilige hechting dan zien we vaker een laag zelfbeeld en meer moeite om anderen te vertrouwen of als bron van steun te zien.
Naast de hechting met de ouder, is hechting aan belangrijke andere personen eveneens van groot belang. In latere levensfasen hechten mensen vaak aan peers en partners. In vriendschappen met peers en partnerrelaties kan de dynamiek van de vroege jeugd opnieuw zichtbaar worden, wanneer er een specifieke hechtingsangst (bijv. een angst om niet goed genoeg te zijn of om verlaten te worden) getriggerd wordt. Zeker op momenten van stress en onzekerheid (Bowlby, 1988; Mikulincer & Shaver, 2007). Daarnaast hebben opeenvolgende hechtingservaringen met leeftijdsgenoten en partners een belangrijke vormende, en soms corrigerende, invloed. Positieve ervaringen kunnen de hechtingsoriëntatie in gunstige zin veranderen, bijvoorbeeld door naast onveilige schema’s ook meer veilige patronen te ontwikkelen. Omgekeerd kunnen negatieve ervaringen met belangrijke anderen deze oriëntatie juist ongunstig beïnvloeden.
In het vervolg van de intake wordt de hechtingsgeschiedenis van Imme uitgevraagd. Zij vertelt dat haar vader psychische klachten had en door zijn middelenmisbruik onvoorspelbaar gedrag kon vertonen. Tijdens haar puberteit was ze veel van huis en ontwikkelde ze enkele langdurige en waardevolle vriendschappen. In een eerdere relatie bleek haar partner vreemd te gaan, iets wat haar diep geraakt heeft en er uiteindelijk ook voor zorgde dat die relatie stukliep. In Tom vond ze de stabiele, betrouwbare partner waar ze eigenlijk zo’n behoefte aan had. Het stel werd verliefd en ging na een jaar samenwonen.
Wanneer de seksuoloog in een volgend gesprek vraagt waarom Imme zo’n last heeft van het verschil in seksueel verlangen, barst ze direct in tranen uit. De seksuoloog maakt ruimte voor Imme’s emoties en vraagt dan rustig wat er in haar omgaat. Imme begint te vertellen…
Het veranderingsproces
Hoewel vroeger vaak gedacht werd dat hechtingsoriëntaties in steen gebeiteld waren, blijkt hechting dus een dynamisch proces welke altijd in beweging is. Door prettige, corrigerende ervaringen met partners of andere hechtingsfiguren (Burgess-Moser, Johnson, Dalgleish, Lafontaine, Wiebe & Tasca, 2015) kan men een positiever beeld ontwikkelen van zichzelf en een veiliger beeld van anderen. Dat is precies de focus en intentie van EFT, waarbij corrigerende emotionele interacties intentioneel worden versterkt om een relatie te verdiepen. Het veranderingsproces verloopt daarbij in drie fasen.
In de eerste fase gaat het met name om de-escalatie. Problematische interactiepatronen tussen partners worden inzichtelijk gemaakt en de therapeut helpt om reactieve emoties en reactief gedrag, zoals boosheid richting partners of het afsluiten voor een ander, te verhelderen vanuit hechtingsbehoeften en -angsten. Dit zorgt veelal voor verzachting en een groter wederzijds begrip. In deze fase is het uitvragen van de ‘seksuele interactiecirkel’ ook van groot belang. Een interactiecirkel maakt de wederzijdse beïnvloeding inzichtelijk waarmee partners elkaar klem kunnen zetten en verheldert de circulariteit van interacties. De seksuele interactiecirkel kan echter afwijken van de emotionele interactiecirkel. Degene die in een relatie de emotionele toenadering zoekt of juist afhoudt, is immers niet altijd degene die de seksuele connectie najaagt of uit de weg gaat.
In de tweede fase van het veranderingsproces ligt de focus op herstructurering en verdieping van emoties. Er wordt gewerkt aan het opnieuw vormgeven van de interactiepatronen. Partners krijgen beter zicht op hun eigen hechtingsbehoeften en -angsten en op die van de ander, bijvoorbeeld doordat ze leren om hun behoeften en angsten zelf in hechtingstaal te formuleren (‘Wanneer ik bang ben dat ik in jouw ogen iets verkeerd doe, ben ik geneigd mij af te sluiten’ of ‘Ik word boos als ik me gekwetst voel. Ik zoek dan eigenlijk verbinding, maar duw je alleen maar verder weg’). De emotionele responsiviteit tussen partners wordt hierdoor vergroot en de relatie verdiept zich verder, doordat beide partners zich op een nieuwe kwetsbare manier aan elkaar hebben getoond. Wanneer de relatie op deze wijze verdiept, ontstaat er doorgaans ook meer ruimte om seksuele problemen te adresseren en, indien mogelijk, op te lossen.
In de laatste fase, de consolidatie-fase, worden de nieuwe interactiepatronen bestendigd. Partners hebben meer inzicht in wat ze zelf nodig hebben, begrijpen de behoeften van een ander beter en kunnen hier adequater over communiceren met elkaar. Er is meer responsiviteit, openheid en vertrouwen. Seksuele verschillen worden vanuit compassie benaderd en seksuele problemen worden gemakkelijker opgelost.
De EFT-therapeut is gedurende het gehele veranderingsproces een emotioneel betrokken begeleider, die cliënten aanmoediging biedt en hen helpt ervaren dat ze bij elkaar terecht kunnen. De therapie dient voldoende veiligheid te bieden om te onderzoeken wat bij elk van de partners intern gebeurt en hoe de interpersoonlijke dynamiek eruitziet. Daarom accepteert en valideert de therapeut de ervaringen van alle betrokkenen (Wagenaar & Ten Hoorn-Van Hoeve, 2025).
“Wat gaat er nu in je om, Imme?” Vraagt de seksuoloog. “Het doet gewoon pijn als hij steeds ‘nee’ tegen mij zegt,” huilt Imme. “Dus het doet pijn en je voelt je afgewezen, begrijp ik dat goed?” Vat de seksuoloog samen. “Ja, dat is het precies!” Reageert Imme. “Het is alsof mijn wensen er niet toe doen, alsof ik er niet toe doe.” “Alsof je niet belangrijk voor Tom bent, bedoel je dat?” Vraagt de seksuoloog empathisch. “Eigenlijk wel, het klinkt misschien gek, maar het voelt dan alsof ik er helemaal alleen voor sta…” Imme verbergt haar gezicht in haar handen. Na een korte stilte, vraagt de seksuoloog: “Dat klinkt wel heel eenzaam, voelt dat ook zo?’ Imme knikt. “Waar voel je die eenzaamheid in je lichaam?” Imme legt haar hand op haar middenrif en zegt dan: “Hier… het is een soort druk, een heel naar gevoel.” De seksuoloog geeft Imme de tijd om bij het gevoel stil te staan en vraagt dan: “Zeg Imme, die eenzaamheid die je voelt als Tom geen seks met je wil, dat gevoel van ‘er helemaal alleen voor staan’… Ken je dat ook ergens van?”
Hechtingsoriëntaties en seks
Hechting lijkt niet alleen in relaties een belangrijke rol te spelen, maar ook bij de invulling die mensen aan hun seksualiteit geven en de beleving daarvan. Zo geven veilig gehechte volwassenen vaker aan losse seksuele contacten als plezierig te ervaren, gemakkelijker over seks te kunnen communiceren en lijken ze tijdens seks meer rekening te houden met eigen en andermans behoeften (‘veilige/synchrone seks’). Dit in tegenstelling tot personen die onveilig gehecht zijn, die bij losse seksuele contacten minder plezier lijken te ervaren, met als mogelijke uitzondering mensen met een vermijdende hechting (Segova, Maxwell, DiLorenzo, & MacDonald, 2019).
Bovendien zien we, wanneer seks in een relationele context plaatsvindt, bij volwassenen met een angstige hechtingsoriëntatie een grotere wens om nabijheid en intimiteit te ervaren. Hierdoor kunnen ze meer claimend gedrag richting een partner laten zien, waarbij seks ingezet wordt als middel om een partner voor zich te winnen en te behouden of als een bevestiging van de verbondenheid met hun partner (‘troostseks’). ‘Seks vormt voor hen een barometer van relatiekwaliteit, wat impliceert dat de liefde van hun partner afgemeten wordt aan diens seksuele interesse’ (Dewitte, 2016). Bij personen met een vermijdende hechtingsoriëntatie zien we juist minder behoefte aan nabijheid en intimiteit bij partnerseks (‘afgesloten/geïsoleerde seks’). Er is een groter verlangen naar autonomie en een voorkeur voor fysieke en emotionele afstand tot anderen. Zodoende is er bij hen doorgaans ook minder interesse in het aangaan van liefdesrelaties (Dewitte, 2016).
Kennis over hechting kan dus ook op directe wijze ingezet worden door seksuologen. Het exploreren van iemands hechtingsgeschiedenis en daaruit voortkomende hechtingsoriëntatie kan belangrijke informatie geven over de persoonlijke processen die spelen en de interpersoonlijke dynamiek die mogelijk een veroorzakend, in standhoudend of versterkend effect kan hebben op de seksuele problematiek en zodoende richting geven aan de behandeling daarvan.
Hierbij is het evenwel van belang om aandacht te schenken aan de hechtingsoriëntatie van alle partners, omdat de combinatie van bepaalde hechtingsoriëntaties tot problemen kan leiden. Aangezien een partner met een angstige hechtingsoriëntatie een grotere behoefte aan intimiteit ervaart, terwijl een partner met een vermijdende hechtingsoriëntaties juist meer autonomie wenst, is immers voor te stellen dat dit een niet helpende dans op gang kan brengen. Hoe meer emotionele of fysieke afstand de vermijdende partner creëert, hoe angstiger de andere partner wordt en hoe meer seks die wellicht gaat wensen om de verbondenheid toch bevestigd te zien, et cetera. Een dans die in de praktijk geregeld voorkomt, omdat betreffende hechtingsoriëntaties complementair aan elkaar zijn en elkaar kunnen versterken.
In het gesprek dat volgt vertelt Imme over de nare ervaringen uit haar jeugd en de behoefte om zich geliefd en veilig te voelen, die daaruit voortgekomen is. Tom wrijft onderwijl liefdevol over haar rug. “Hoe is dit voor jou om te horen, Tom?” Vraagt de seksuoloog. “Tja, pijnlijk… Ik wist niet dat het eigenlijk om bevestiging ging, dat ik er voor haar ben en dat het goed zit tussen ons. Dat is voor mij namelijk vanzelfsprekend.” Hij kijkt opzij naar zijn vriendin. “Ik snap nu waarom dat voor jou niet zo voelt.” Imme legt haar hand op zijn knie. “Het klinkt alsof je er nu anders tegenaan kan kijken, klopt dat?” Vraagt de seksuoloog. Tom knikt. “Hoe interpreteerde je het voorheen?” Even denkt Tom na, dan zegt hij: “Nou, zo gauw Imme over seks begon, was ik eigenlijk gelijk op m’n hoede. Dan dacht ik ‘daar gaan we weer’ en trok ik me terug.” Hij zucht. “Was je bang haar teleur te moeten stellen en dat er dan weer gedoe zou ontstaan?” Oppert de seksuoloog. “Ja, ik had vaak het gevoel dat ik het toch nooit goed kon doen… en nu ik erover nadenk, herken ik dat gevoel eigenlijk ook uit mijn jeugd.”
Wederzijdse beïnvloeding
Nu stelden we dat relatiedynamiek, door de circulariteit die kan ontstaan, seksuele problematiek kan veroorzaken, in standhouden en verergeren. Onderzoek heeft echter aangetoond dat de relationele context niet alleen een risico kan vormen voor het ontwikkelen van seksuele problemen, maar zowel bij mannen als vrouwen ook een beschermende factor kan zijn wanneer seksuele problemen reeds zijn ontstaan (Sprecher, 2002; Stephenson & Meston, 2010), bijvoorbeeld doordat mensen in een fijne relatie steun bij elkaar ervaren. Bovendien is gebleken dat negatieve seksuele ervaringen het gevoel van verbondenheid tussen partners kan doen afnemen en positieve seksuele ervaringen deze verbondenheid juist versterkt (Sprecher & Cate, 2004 in: Dewitte, 2016). Het verbeteren van een seksuele relatie kan dan ook voedend zijn voor de emotionele band tussen partners (Birnbaum en Reis, 2019).
De seks die partners hebben, kan dus zowel een negatief, als een positief effect op de relatie hebben en een relatie kan zowel een positieve, als een negatieve uitwerking op de partnerseks hebben. Niet alleen seksuologen zouden therapeutische interventies gericht op het verbeteren van een relatie in kunnen zetten om seksuele problematiek te verminderen en de kans op terugval te verkleinen. Ook relatietherapeuten zouden de kans op langdurig herstel kunnen vergroten door in hun behandelingen aandacht te besteden aan de seksuologische aspecten van een relatie.
Seksuologie en EFT
Hoewel duidelijk is dat seks en relaties elkaar wederzijds kunnen beïnvloeden, zijn seksuologie en relatietherapie lange tijd gescheiden werelden geweest en is onderzoek pas laat op gang gekomen, waardoor er nog altijd meer gecontroleerd onderzoek nodig is om de onderlinge verbanden verder inzichtelijk te maken (Dewitte, 2020).
Desalniettemin wordt de laatste jaren binnen de EFT al meer aandacht besteed aan de rol van seks binnen relaties, bijvoorbeeld door middel van workshops en cursussen zoals de ‘Houd me Vast training’ voor koppels en de specifieke koppeltraining waarin seks een extra focus heeft (Hold me tight, hold me just right). Ook in de seksuologie is er inmiddels meer oog voor de relationele context waarbinnen seks kan plaatsvinden en de interpersoonlijke dynamiek die daarbij speelt. Een positieve ontwikkeling, zo vinden wij, die zich hopelijk voortzet en verder zal uitbreiden.
Wanneer we kijken naar mogelijke manieren om seksuologie en relatietherapie verder te integreren en wederzijdse toevoegingen te leveren, kan gedacht worden aan modellen en concepten die reeds veelvuldig door seksuologen gehanteerd worden, welke bovendien goed aansluiten bij de hechtingstheorie en passen binnen een relationeel denkkader, zoals de EFT. Zo bijvoorbeeld het Dual Control Model of Sexual Response, ontwikkeld door Bancroft en Janssen (2000). Binnen dit model wordt seksuele responsiviteit begrepen als het resultaat van een dynamisch samenspel tussen excitatoire en inhibitoire systemen. De mate waarin deze twee systemen geactiveerd worden verschilt per individu, aangezien ze bij eenieder op unieke wijze zijn afgesteld door verschillen in fysiologische factoren, eerdere ervaringen en persoonlijkheidskenmerken. De popularisering van het Dual Control Model door Emily Nagoski in haar boeken Come As You Are (2015) en Come Together (2024), waarin zij de excitatoire en inhibitoire systemen respectievelijk ‘gaspedaal’ en ‘rem’ noemt, heeft bovendien toegankelijke taal geboden, waarmee partners elkaar beter kunnen begrijpen binnen de context van hun relatie. Zodoende helpt het Dual Control Model om verschillen in seksueel verlangen tussen personen en ook binnen een relatie te normaliseren. Wanneer partners leren om hun verschillen te begrijpen als variaties binnen hetzelfde systeem, kan er in plaats van bijvoorbeeld boosheid of afsluiten meer ruimte ontstaan voor empathie en een groter wederzijds begrip, iets wat binnen de EFT eveneens centraal staat.
Daarnaast laat het Dual Control Model zien dat seksuele responsiviteit geen vaststaand gegeven is. Het is constant in beweging. Het wordt niet alleen beïnvloed door persoonlijke factoren, maar mede vormgegeven door veranderende omstandigheden en interpersoonlijke processen, zoals hechtingangsten die getriggerd worden of de ervaren emotionele veiligheid. De relatiedynamiek tussen partners kan dan ook worden opgevat als een factor die zowel het excitatie-als het inhibitiesysteem beïnvloedt. Zo kunnen bepaalde interactiepatronen bij een van beiden of beide partners op het gaspedaal drukken, terwijl andere interactiepatronen bij een van beiden of beide partners de rem intrappen. Een dergelijke dynamiek wordt ook zichtbaar in de casus van Tom en Imme, waarbij de combinatie van een angstige en vermijdende hechtingsoriëntatie, zoals eerder aangegeven, een dans op gang brengt waardoor hun seksuele klachten verergeren en ze, ondanks hun wens voor nabijheid, toch steeds verder van elkaar verwijderd raken.
Denken vanuit interpersoonlijke dynamiek en hechting kan zodoende meer diepgang geven aan reeds toegepaste modellen en concepten binnen de seksuologie, maar deze concepten en modellen zouden uiteraard ook een bijdrage kunnen leveren het werk van relatietherapeuten, omdat het seksuele problemen bespreekbaar en inzichtelijk kan maken, passend binnen een reeds veelvuldig gehanteerd relationeel denkkader.
Aan het eind van de intake adviseert de seksuoloog om de boeken van Emily Nagoski te lezen. Tom en Imme nemen de tijd om ze samen aandachtig door te nemen. Tijdens een van de vervolggesprekken vertelt Imme wat het haar gebracht heeft. Ze zegt: “Ik voelde me minder alleen en minder vreemd gezien het feit dat ik seks gebruik als een manier om me verbonden te voelen. Door het lezen vond ik woorden voor wat ik voel, maar eerder niet kon uitleggen.” Voor Imme was het bevrijdend om te ontdekken dat haar verlangen naar seks geen kwestie is van ‘te veel willen’, maar een begrijpelijke reactie op haar behoefte aan nabijheid, geborgenheid en bevestiging.
Tom vertelt dat hij vaak gespannen was om het onderwerp ‘seks’ te bespreken en geregeld druk voelde. Het samen lezen zorgde echter voor meer inzicht in zijn ‘rem’ en hoe de remming versterkt wordt door zijn onzekerheid en het gevoel tekort te schieten. Het leidde niet alleen tot meer wederzijds begrip, maar ook voor meer inzicht in de relatiedynamiek. “Wanneer jouw gaspedaal ingedrukt wordt en jij toenadering zoekt, drukt dat bij mij juist op de rem,” zegt hij. “Ik voel dan druk en ben bang niet aan jouw wensen te kunnen voldoen. Als reactie neem ik dan dus meer afstand.” Hij kijkt verontschuldigend naar Imme. “Waardoor ik alleen maar angstiger word, meer bevestiging nodig heb en juist nog meer toenadering zoek,” vult Imme vervolgens begripvol aan.
Effectiviteit en beperkingen van EFT
Uiteraard zijn er verschillende invalshoeken van waaruit hechting en relatiedynamiek bekeken kunnen worden. EFT kan hierbij een duidelijk kader bieden, structuur aanbrengen en richting geven. De effectiviteit van EFT bij partnerrelatieproblematiek is aangetoond in verschillende gerandomiseerde klinische studies (Johnson, Hunsley, Greenberg & Schindler, 1999; Beasley & Ager, 2019). De effecten van een behandeling middels EFT blijven bovendien lange tijd stabiel, nadat de therapie beëindigd is (Halchuk, Makinen & Johnson, 2010; Beasley & Ager, 2019). Ook is EFT inmiddels bewezen effectief gebleken bij stellen waarbij sprake is van onvrede over de seksuele relatie (Wiebe, Elliott, Johnson, Burgess Moser, Dalgleish, Lafontaine & Tasca, 2019).
Daarnaast is EFT ontwikkeld als therapie voor relaties bestaande uit twee partners, maar wordt dit model inmiddels ook succesvol toegepast bij relaties die bestaan uit meer dan twee personen, zoals in polyamoreuze relaties. Bovendien wordt EFT tegenwoordig ingezet als individuele behandeling bij cliënten met emotionele stoornissen (EFIT) en bij gezinnen met problemen (EFFT) (Johnson, 2019; Furrow, Palmer, Johnson, Faller & Palmer-Olsen, 2019). EFT is echter niet geschikt wanneer er sprake is van intiem terrorisme, een ernstige vorm van partnergeweld (Slootmaeckers & Migerode, 2020). Om een EFT behandeling te laten slagen, moeten partners zich immers veilig genoeg voelen om zich kwetsbaar op te stellen en hun behoeften en angsten met elkaar te delen.
De intentie van dit artikel was om te onderzoeken waar seksuologie en EFT elkaar kunnen ontmoeten en ondersteunen, aangezien seks een belangrijke verbindende kracht in relaties kan zijn en de relationele context positieve invloed kan hebben op seksualiteit. Het verbeteren van het relationele leven en het seksuele leven is een wederzijds versterkend proces dat het welzijn van koppels bevordert.
Op www.iceeft.com en www.eft.nl is meer informatie over EFT te vinden.
Literatuur
Bancroft, J., & Janssen, E. (2000) The dual control model of male sexual response: a theoretical approach to centrally mediated erectile dysfunction. Neuroscience and Biobehavioral Review, Vol 24, No 5, pp. 571-579.
Beasley, C.C., & Ager, R. (2019). Emotionally Focused Couples Therapy: A Systematic Review Of It’s Effectiveness Over The Past 19 Years. Journal of Evidence-Based Social Work, 16(2), 144-159.
Birnbaum, G.E. & Reis, H.T. (2019). Evolved to be connected: the dynamics of attachment and sex over the course of romantic relationships. ScienceDirect: Current Opinion in Psychology 25:11-15.
Bowlby, J. (1988). A secure base: Clinical applications of attachment theory. New York: Basic Books.
Bretherton, I. (1992). The origins of attachment theory: John Bowlby and Mary Ainsworth. Developmental Psychology, 28(5), 759-775.
Burgess-Moser, M., Johnson, S. M., Dalgleish, T., Lafontaine, M., Wiebe, S., & Tasca, G. (2015). Changes in relationship-specific attachment in Emotionally Focused Couple Therapy. Journal of Marital and Family Therapy, 42(2), 231-245.
Dewitte, M. (2016). Een interpersoonlijk perspectief op seksualiteit: Over de rol van hechting en relaties. Tijdschrift voor Seksuologie, 40-1, 11-17.
Dewitte, M. (2020). Een kritische blik op de hechtingstheorie: Naar een meer diverse, dynamische, dyadische en positieve visie op hechting en seks. Tijdschrift voor Seksuologie, 44-2, 68-78.
Furrow, J.L., Palmer, G., Johnson, S.M., Faller, G., & Palmer-Olsen, L. (2019). Emotionally focused
therapy with families: Creating connection and restoring resilience. New York: Routledge.
Furrow, J.L., Johnson, S.M., Bradley, B., Brubacher, L., Campbell, T.L., Kallow-Lilly, V., Palmer, G., Rheem, K., & Woolley, S. (2022). Becoming an emotionally focused Therapist: The Workbook. New York: Routledge.
Halchuk, R., Makinen, J., & Johnson, S.M. (2010). Resolving attachment injuries in couples using emotionally focused therapy. A 3-year follow-up. Journal of Couple & Relationship Therapy, 9, 31-47.
Johnson, S. M., & Greenberg, L. (1985). The differential effects of experiential and problem-solving interventions in resolving marital conflict. Journal of Consulting and Clinical Psychology, 53(2), 175– 184.
Johnson, S.M. (1996) The Practice of Emotionally Focused Couple Therapy. New York: Basic Books.
Johnson, S.M., Hunsley, J., Greenberg, L., & Schindler, D. (1999). Emotionally focused couples therapy: Status and challenges. Journal of Clinical Psychology: Science and Practice, 6(1), 67-79.
Johnson, S.M., (2019). Attachment theory in practice: Emotionally focused therapy (EFT) with individuals, couples and families. New York: Guilford Press.
Johnson, S.M., & Whiffen, V.E. (red.) (2003). Attachment processes in couple and family therapy. New York: Guilford.
Mikulincer, M., & Shaver, P.R. (2007). Attachment in adulthood: Structure, dynamics and change. New York: Guilford.
Nagoski, E. (2015). Come As You Are: The Surprising New Science (That Will Transform Your Sex
Life). New York: Penguin Books.
Nagoski, E. (2024). Come together: The Science (and Art!) of Creating Lasting Sexual Connections. London, Penguin Random House.
Panksepp, J., & Biven, L., (2012). The Archeology of Mind: Neuroevolutionary Origins of Human Emotions. London: W.W. Norton & Company.
Segovia, A.N., Maxwell, J.A., Dilorenzo, M.G., & MacDonald, G. (2019). No strings attached? How attachment orientation relates to the varieties of casual sexual relationships. personality and individual Differences, 151, 109455
Slootmaeckers, J., & Migerode, L. (2020). Partnergeweld en emotionally focused therapy: Vechten voor de liefde. Tielt: Uitgeverij Lannoo Campus.
Sprecher, S (2002). Sexual satisfaction in premarital relationships: associations with satisfaction, love, commitment, and stability. Journal of sex research, 39, 190-196.
Stephenson, B.S., & Meston, C.M. (2010). When are sexual difficulties distressing for women? The selective protective value of intimate relationships. Journal of Sexual medicine, 7, 3683-3694.
Wagenaar, K., & Van Hoorn-Ten Hoeve, L. (2025). Emotionally Focused Therapy bij partnerrelaties. In: J. Van Lawick & E. Reijmers (eds.), Handboek voor Systeemtherapie, H.30 (in druk).
Wiebe, S.A., Elliott, C., Johnson, S.M., Burgess Moser, M., Dalgleish, T.L., Lafontaine, M-F., & Tasca, G.A. (2019). Attachment Change in Emotionally Focused Couple Therapy and Sexual Satisfaction Outcomes in a Two-year Follow-up Study. Journal of Couple and Relationship Therapy, 18(1), 1-21.
Tijdschrift voor Seksuologie -27 april 2026
Auteur(s): Karin Wagenaar, Jolien Spoelstra & Astrid Kremers