Positieve effecten gemeten van ‘Houd me vast’-trainingen

  • 08 september, 2017;

79 paren hadden zichzelf aangemeld voor de ‘Houd me vast’-training, een training van 8 sessies. De relaties van de deelnemers verbeterden significant gedurende de training en deze stellen bleken dit na de training vast te kunnen vasthouden, zoals gemeten in een follow-up na 3,5 maand.

Resultaten voor deze paren waren beter dan voor een tweedelijns klinische GGZ-groep die ook meedeed. Pieter Dingemanse, EFT Nederland en mede-onderzoeker:

“Deze deelnemers kregen de “Houd me vast’-training aangeboden als verdere behandeling na herstel van een DSM-IV-stoornis. De relatie van deze stellen verbeterden aanzienlijk. Maar deze groep kon de verbetering na 3,5 maand toch minder goed vasthouden”.

Wat levert dit UVA-onderzoek op voor de praktijk? Lees hieronder het interview met Pieter en hoofdonderzoeker Henk Jan Conradi van de Universiteit van Amsterdam over het onderzoek.

Het eerste grootschalige internationale onderzoek naar de effecten van de ‘Houd me vast’-training (HMV) is afgerond. Vijf jaar lang is vanuit de UvA onder leiding van Henk Jan Conradi, de ‘Houd me vast’-training onderzocht op haar effect. 

Pieter Dingemanse, een van de groepstrainers, heeft inmiddels veel van deze trainingen gegeven. De HMV-trainingen zijn strikt uitgevoerd volgens het standaardprotocol van HMV in acht wekelijkse avondbijeenkomsten. Elke training bevatte vier tot acht paren. In totaal hebben 129 stellen meegedaan. De koppels zijn op vijf meetmomenten ondervraagd op relatiegedrag en hechting.

Henk Jan Conradi: “Door het protocol zijn ‘Houd me vast’-trainingen goed onderzoekbaar, omdat je weet wat de interventies zijn.”

Twee groepen zijn onderzocht. Ten eerste een zelf aangemelde groep van 79 paren met milde problematiek voor wie het programma oorspronkelijk bedoeld is. Dit wordt de ‘self-referred’ (SR) groep genoemd in het onderzoek. Ten tweede een klinische tweedelijns groep (50 paren) waarvan een van de twee partners behandeld was voor een DSM-IV-stoornis: een angst-, stemmings- of persoonlijkheidsprobleem. Ter stabilisatie werd een HMV-training aanbevolen door de klinische behandelaar. Op het moment van starten was er geen sprake meer van een DSM-IV-stoornis. Het betreft de zo genoemde ‘clinician-referred’ (CR) groep; de door de ‘clinicus’ verwezen paren.

De CR groep was significant onveiliger gehecht. Ze scoorden vrij hoog tot hoog op angst voor afwijzing en bovengemiddeld op vermijding van intimiteit. Daarnaast kampten ze met meer psychische klachten als angst en depressieve symptomen dan de SR groep.

Alle paren werden gemeten met vragenlijsten voor en na een wachtperiode van gemiddeld vijf weken. Daarna kregen ze de cursus en vervolgens werd een meting gedaan, en daarna nog na een follow-up van 3,5 maand. De SR groep liet significante en klinisch relevante verbeteringen zien direct na de cursus en hield deze vast tijdens de 3,5 maand durende follow-up. De door de behandelaar verwezen CR groep liet enige verbetering zien tijdens de cursus maar raakte dit grotendeels kwijt tijdens de follow-up. Al met al laat het zien dat het ‘Houd me vast’ een goede en relatief kortdurende behandeloptie is bij relatieproblematiek.  

Wat waren de redenen voor het onderzoeken vanhet HMV-programma?

Pieter: “Relatietherapie is lang niet voor iedereen nodig. Bovendien is de drempel om echt relatietherapie te volgen voor veel mensen heel hoog. In een aantal gevallen kun je dus beter een korter traject doen in de vorm van een gestructureerde training.”

Henk Jan, zowel psychotherapeut als onderzoeker: ”In Amerika is onderzoek gedaan, waaruit bleek dat weinig paren die relatieproblemen hebben, professionele hulp zoeken. En als ze het al doen, dan doen ze dat te laat. We beogen met de HMV-training meer paren te bereiken en in een eerder stadium. Het idee is, dat de problemen zo niet verder verharden en makkelijker bij te sturen zijn.”

Hoe is de screening is gegaan?

Pieter: “De screening was een gesprek van een uur. We hebben gekeken of gegadigden aan de inclusiecriteria voldeden. Of er geen ernstige psychopathologie aanwezig was. Dat is ter plekke uitgevraagd.

En of er geen andere lopende relatietherapie was, en geen verborgen agenda, dat ze bijvoorbeeld een buitenechtelijke relatie in stand wilden houden. En natuurlijk dat beide partners mee wilden doen.”

Wat haal je zelf uit het onderzoek voor beide groepen?

Henk Jan: “De belangrijkste bevinding is dat de cursus vooral voor paren met milde problemen werkt, maar bij paren met zware problematiek onvoldoende is. Met name op relatietevredenheid bij de DAS en op hechting zie je bij de CR paren geen verschil meer met relatietevredenheid en hechting voorafgaand aan de cursus (zie ook figuur 1). De motivatie voor de cursus was bij beide groepen gelijk, daar lag het verschil dus niet aan. De gedachte die onder verzekeraars leeft dat je problemen goedkoop moet en kan oplossen, wordt door de bevindingen bij de CR groep gelogenstraft.”

Pieter: “Het interessante van deze studie is, dat dit programma dus echt z’n werking doet bij de licht problematische relaties, en bij de forse probleemrelaties wanneer het relatief gezonde mensen betreft. Verder bleek dat je in acht sessies duidelijk stappen kan maken.

Ook de groep mensen, die een sterk gestoorde hechtingsrelatie heeft, en dus allerlei problemen op meer terreinen in hun leven ondervindt, lukt het om vooruit te komen via de HMV-training. Maar voor deze groep is het veel moeilijker is om verbetering vast te houden. Wellicht hebben ze hiervoor meer herhaling nodig en is acht keer te weinig.”

Henk Jan: wijzend op de grafiek van de ARE uit het onderzoek (fig.1)

“Deze grafiek is interessant. Dit is de ARE, dat gaat over partnerhechting, de partnerband. ARE staat voor Accessibility, Responsiveness en Emotional Engagement. De eerste twee zijn door Ainsworth, begonnen als assistent van Bowlby, geïdentificeerd als dé pijlers van veilige hechting. Dus ‘accessible’ betekent beschikbaar zijn voor je partner, als die zijn/haar hechtingsbehoeften laat zien, dat wil zeggen de behoefte aan steun of bekrachtiging. ‘Responsiveness’ betekent dat je als partner adequaat reageert op die hechtings-behoeften.

In de grafiek zie je dat de kwaliteit van de hechtingsband tijdens de wachtperiode (week 0 tot 5) iets vooruit gaat. In het begin van de behandeling gebeurt er niets. Na sessie 5 (week 10) zien we een sterk stijgende lijn. Dat is interessant, want sessie 5 is de ARE - conversation. Die meting hebben we express daarin gezet. Met het idee van: ‘Als je wat gaat zien, dan moet het daar zijn.” 

Er zijn positieve effecten gemeten. Wat had je nog meer kunnen zeggen als er een random controlegroep was geweest?

Pieter:Dat is een kanttekening en maakt dat je nooit kunt zeggen: ‘Dit bewijst: deze studie heeft aangetoond dat HMV werkt’. Maar dat je altijd moet zeggen: ‘Het is waarschijnlijk, er is een grote kans dat het werkt.’ Om logistieke redenen konden we geen controlegroep georganiseerd krijgen. Mensen willen vaak nu hulp. En kunnen niet, willen niet, wachten.”

Henk Jan: “We kunnen inderdaad de cursusgroep niet vergelijken met een gerandomiseerde groep die geen behandeling kreeg. Maar we kunnen wel de vooruitgang tijdens de cursus vergelijken met veranderingen tijdens de wachtperiode die daaraan voorafging. Dan zie je, dat de paren tijdens de cursus duidelijk vooruitgingen en tijdens de wachtperiode niet (veel). En na de cursus zakken de effecten in de zelf-aangemelde SR groep niet in.”

Ik las dat het allemaal heteroparen waren, kun je nog iets voor homoparen concluderen?

Henk Jan: “Nee. Het is heel moeilijk om daar een steekproef van te krijgen. Het was al een heel gevecht om 129 heteroparen binnen te krijgen. Maar ik verwacht dat het niet veel zal verschillen.”

Vind je een ‘Houd me vast’- training volledig gelijkwaardig aan partnerrelatietherapie?

Pieter: “Vind ik lastig. Er staat in de discussie van het onderzoeksverslag wel iets over. Als je de vooruitgang tijdens een HMV-training vergelijkt met de vooruitgang in sommige relatiestudies, kom je op ongeveer dezelfde resultaten uit. Iets lager of gelijk aan relatietherapie.

Ik ken ook stellen die bij HMV meer baat hebben dan bij relatietherapie omdat je het op een iets andere manier aanbiedt. In kortere tijd heb je sneller de stappen gezet dan bij relatietherapie. Mijn idee is: Laten we ‘t doen, en erna kijken wat dan nog nodig is. Als je de klant er beter mee helpt, omdat ie sneller geholpen is en zelf actiever wordt? Ja!”

Lees het abstract van het onderzoeksverslag hier.

Redactie EFT Nederland,
Marcel Holtslag