Interview Barbara Kohnstamm

  • 07 maart, 2018;

Vorig jaar heeft Barbara Kohnstamm afscheid genomen als trainer binnen EFT Nederland. Het leek onze redactie een mooie aanleiding voor een interview met haar. Op een winderige dag eind januari zoekt redactielid Sabine Bijleveld haar daarom op in haar gezellige huis in Amsterdam. Het wordt een mooi gesprek met een zeer bevlogen en ervaren EFT-vrouw.

Barbara Kohnstamm (1946) heeft een groot deel van haar volwassen leven in Ierland gewoond en gewerkt. In 1999 kwam zij aldaar voor het eerst in aanraking met het werk van Sue Johnson. Het heeft toen nog tot 2004 geduurd voordat zij naar Canada vloog om een externship bij Sue te volgen. Tijdens dat externship ontmoette zij daar Karin Wagenaar, de toenmalige andere Nederlandse deelnemer.

Barbara omschrijft haar kennismaking met EFT als een kostbaar cadeau in haar latere leven. Niet alleen omdat zij al heel vroeg in haar tienerleven zich bezighield met allerlei vragen en observaties rond het fenomeen relaties, en ook hechting, maar vooral ook omdat de EFT haar hielp met veel passende puzzelstukjes in dit complexe geheel. Hierdoor voelde de kennismaking als een echt thuiskomen. In 2008 ervaart Barbara nog een andere vorm van thuiskomen namelijk wanneer zij samen met haar in jaren veel oudere man besluit om terug naar Nederland te gaan. Zijnde op dat moment als een begin 60 jarige in een vaderland terugkomende waar zij nog nooit als therapeut werkzaam was geweest, voelde deze stap aanvankelijk als een soort van beginnende afronding binnen haar werkzame bestaan. Maar niets bleek minder waar. Het bleek eerder een begin van een hele nieuwe wereld. Een EFT wereld, vol van nieuwe, steeds dieper gaande en warme contacten met andere EFT-collega’s die net zoals zijzelf bevlogen waren (en nog zijn) en zich thuis voelden in een wereld die gaat over de onderlinge zoektocht naar diepe verbondenheid. Een wereld die gaat over kwetsbaar en transparant kunnen en durven zijn in de weg naar steeds meer authenticiteit in het contact met ‘de ander’. Over het je over en weer echt gezien en gehoord voelen waardoor je steeds dichter bij jezelf én de ander komt. En daarnaast natuurlijk ook over het professioneel helpen van andere mensen hierbij. Naast de hereniging met het vaderland voelde dit alles gezien de persoon die zij altijd al was als een waar ‘dubbel thuiskomen’.

Gedurende het interview spreekt Barbara dan ook herhaaldelijk haar diepe dankbaarheid uit naar haar collega’s van het eerste uur. Haar collega’s die de EFT in Nederland mede geïntroduceerd hebben en tot op vandaag de dag zich naar het lijkt onuitputtelijk en voor meer dan 100 % inzetten om EFT de aandacht en ruimte in Nederland te geven die het verdient en waarmee velen van ons gebaat zijn. En dat is niet het enige dat zij aanhaalt wanneer wij spreken over haar door haar zeer gewaardeerde Nederlandse collega’s. Ook prijst zij de autonomie en daadkracht waarin haar Nederlanders collega’s het model van Sue Johnson niet alleen omarmen, maar ook mee helpen het te verrijken en te verdiepen als ware pioniers en dat met behoud van respect voor het model. Barbara refereert hierbij als voorbeeld aan hoezeer zij heeft genoten én geleerd van het net nieuwe casus boek ‘EFT in Uitvoering’ onder redactie van Jaap Zoetmulder en Judith de Graaf, dat dit jaar op het EFT congres wordt gepresenteerd en vanaf 14 april a.s. algemeen verkrijgbaar is. Zij vertelt dat het lezen van het boek haar aanpak met haar koppels in een week tijd al heeft beïnvloed. Verderop in dit verslag wordt daar nog op teruggekomen.

Het interview begint met een zeer voor de hand liggende vraag:

Sabine:
Dit interview komt voort uit het gegeven dat je bent gestopt als trainer binnen EFT Nederland. Wat heeft gemaakt dat je besloot om te stoppen met het trainerschap?

Barbara:
Ik heb enorm van het trainerschap genoten en geleerd, ik zal daar straks inhoudelijk nog wat meer over vertellen. Een feit is echter ook dat het werk als trainer heel veel verantwoordelijkheid, commitment en energie kost. Er moeten in het leven van een ouder wordend mens bewuste keuzes worden gemaakt in hoe je tijd wilt besteden. Wat wil je nog in het leven, nog leren, nog doen? Soms leiden dit soort reflecties tot een verdrietig afscheid. Mijn beslissing heeft met andere woorden te maken met bewust kiezen in een gebied waar tijd, ruimte, energie en aandacht bepalende factoren zijn. Daarbij speelt ook een rol dat mijn echtgenoot nu toch wel echt oud is (bijna 90 jaar) en er nu ook zorgtaken zijn.

Het wordt echter al direct duidelijk dat wat betreft de EFT-gemeenschap Barbara in het geheel niet verloren gaat. Haar werkzaam therapeut-schap blijft, zij het met misschien iets minder afspraken per week, haar supervisanten zijn onverminderd welkom en voor haar van belang tot op hopelijk hoge leeftijd. Welkom, maar niet van noodzakelijk belang, zo legt zij uit, omdat de verrijking en diepgang in het leven nu zij ouder en wijzer is niet alleen maar van de kant van het (professionele) werk hoeft te komen. Juist dit is ook een aspect in haar leven waar zij nu graag ruimte aan wil geven: wie ben ik, en wat doe ik dan, of niet, wanneer ik niet aan het werk ben of mij daar zijdelings mee bezighoud door bijvoorbeeld altijd een studieboek te lezen op vakantie, in plaats van een roman. Voel ik mij net zo bevredigd in het leven wanneer ik als vrijwilliger Syrische vluchtelingen Nederlandse les geef, of wanneer ik ergens bijvoorbeeld bloemen aan het plukken ben? Barbara vertelt waar deze vragen uit voort kwamen. Toen zij vorig jaar 70 werd kreeg zij het beeld van een A-viertje voor ogen dat ze in haar verbeelding verdeelde in vlakken van decennia.

Barbara:
Ik dacht toen: zeven van die vlakken liggen nu achter mij, en misschien nog 1 ½ of 2 vóór mij”. Dat was even een confronterend beeld. Hoe wil ik mijn tijd nog besteden op een manier die mij helpt mij goed over mijn leven te voelen wanneer het tijd is om afscheid te nemen? Ik wilde er de ruimte voor gaan maken om hier de nog komende jaren heel bewust mee bezig te zijn.

Sabine:
De bal ligt nu min of meer voor open doel. Ben je bang voor de dood?

Barbara:
Nee, bang niet, maar wel gevoelens van ‘niet te bevatten’. De dood, het eindig-zijn, is voor mij een groot mysterie.

Sabine:
Je sprak net over dat je veel geleerd hebt van het trainerschap. Kan je daar iets meer inhoudelijks over vertellen wat het zijn van EFT trainer je heeft gebracht?

Barbara:
Ik heb vooral heel veel geleerd van het keer op keer geven van de verdiepende training. Steeds komt de stof opnieuw langs, maar vaak ook weer op een andere manier waardoor de ervaringen erdoor zich verdiepen. Maar ook heb ik er helderder door leren denken en zien. Lesgeven is sowieso erg leerzaam en uitnodigend om steeds die helderheid in jezelf weer te hebben. En ook de samenwerking met de co-trainer is gewoon ontzettend leuk en leerzaam. Verder heb ik enorm genoten van de jaarlijkse bijeenkomsten van EFT trainers in Canada. Hoe de anderen het aanpakken, hoe Sue werkt, het was allemaal erg boeiend om meegemaakt te hebben. Ik had het allemaal voor geen geld willen missen. Aan de andere kant is het ook goed en mooi geweest. Het is voor nu, gezien waar ik nu ben en wat ik nog allemaal wil, fijn dat ik die verantwoordelijkheid voor de verdiepende trainingen niet meer heb.

Sabine:
Nu je zo vertelt over afscheid nemen en ook over het zo bewust in een nieuwe fase in je leven aanwezig zijn, wat zou je willen zeggen aan de mensen die achter jou lopen? Jonge of jongere therapeuten die nog meer aan het begin staan van hun loopbaan. Wat komt er dan bovendrijven in alles wat je aan ze zou kunnen doorgeven?

Barbara:
Ik zou ze willen doorgeven dat het zijn van EFT relatietherapeut echt een zwaar en moeilijk vak is dat veel van je vraagt. Zorg daarom heel goed voor jezelf daarin. Zoek steun wanneer je die kan gebruiken, bijvoorbeeld in intervisie en/of supervisie. Neem je behoeftes daarin heel serieus en schaam je vooral nooit.

Sabine:
Je sprak al even over het hierboven eerder genoemde nieuwe EFT casusboek “EFT in uitvoering” dat vanaf 14 april a.s. verkrijgbaar is, en waar je erg van onder de indruk bent. Je zei dat je eigenlijk al direct na het gelezen te hebben bij jouzelf wat andere accenten in je werk merkte. Kan je daar misschien een voorbeeld van geven?

Barbara:
Ik heb het boek nu bijna uit en heb er van genoten. Het leest als een roman en ik ervaar de inhoud ook als revolutionair. Ik vraag mij af of de schrijvers zelf wel in de gaten hebben hoe verdiepend hun werk is. Een voorbeeld wat mij nu als eerste te binnen schiet is dat ik na het lezen van de bijdrage van Judith de Graaf over ouderschap bij jonge kinderen bij een echtpaar van mij een aparte cirkel tussen hen ging benoemen die gaat over specifiek hun interactie met betrekking tot hun ouderschap, en los dus van hun gewone, relationele interactiepatroon. Wat mij toen direct opviel was dat beiden veel sneller en transparanter bij hun emoties konden komen en konden benoemen waar hun angsten en triggers mee te maken hadden (die ze kennen vanuit vroeger). De triggers in het ouderschap bleken soms ook anders te zijn dan in het partnerschap. Opvallend was met ander woorden dat we opeens direct op emotielagen kwamen waar dat in het praten over het partnerschap nog helemaal niet gelukt was. Ik heb ontdekt dat we niet te bang moeten zijn om hierin te stappen. Ouders zitten gevangen in sterkte gevoelens omdat het over hun kinderen gaat, het is direct heel dichtbij (‘ik wil absoluut niet dat mijn kind voelt wat ik vroeger heb gevoeld…’) en heel heftig.

Een ander voorbeeld dat ik kan geven gaat over het hoofdstuk dat Karin schreef over werken met depressieve mensen. In fase nul, zoals het prille begin van de therapie elders in het boek wordt genoemd, staat het zoeken naar de zuivere hulpvraag centraal. Met welk doel komt dit stel in therapie? Is het doel ook gemeenschappelijk? Wanneer je als therapeut direct begint met het toepassen van het model en naar de interactie kijkt, dan sla je het doel misschien over. Wat ik hierdoor merkte bij mijzelf toen ik een supervisant zag worstelen met een stel dat ik het proces even stil zette en tegen de supervisant zei: als we nu eens even helemaal teruggaan, weet je dan eigenlijk wel zeker wat dit echtpaar bij jou komt doen? Door het lezen van het boek kijk ik daar nu veel bewuster naar. Ga niet te snel de diepte in, misschien willen ze helemaal niet in therapie.

Jaap Zoetmulder schrijft in het boek een hoofdstuk over werken met vermijders. Het lezen ervan heeft mij weer extra bewustgemaakt: bij de stiltes die er vallen, denk niet ‘er gaat niets door ze heen’: ze voelen juist heel veel. Maar dat is nu precies wat ze zo moeilijk en spannend vinden. Dus ga niet te snel, en vooral ook niet te snel de diepte in. Dit geef ik mijn supervisanten nu ook veel bewuster mee.

Sabine:
Je hebt een prachtige (EFT) carrière tot nu toe achter de rug, dat is inmiddels wel voelbaar geworden. Is er iets waar je speciaal trots op bent wanneer je terugkijkt?

Barbara:
Waar ik erg trots op ben is dat ik met Sue Johnson pittige gesprekken heb gevoerd over of je het in de opleiding en in supervisie mag hebben over het zelf van de therapeut. Sue wilde daar niet aan, vond dat het model zijn eigen werk deed en was er huiverig voor dat hierdoor ook in supervisietrajecten de focus zou verschuiven van het in de vingers krijgen van het model naar het krijgen van een therapeutisch aanbod van de supervisor. Mijn stelling was echter dat een therapeut die door zijn of haar eigen innerlijke dialoog niet meer emotioneel beschikbaar is op dat moment geen goede therapeut (meer) kan zijn. Uiteindelijk kon Sue zich in het bespreekbaar maken hiervan in de opleiding vinden nadat er door mij aan haar uitdrukkelijk beloofd was dat het stilstaan bij het zelf van de therapeut enkel en alleen in het teken zou staan van het emotioneel beschikbaar kunnen blijven door de therapeut, waardoor deze het model beter kan toe blijven passen. Dit akkoord met haar heeft er toen toe geleid dat ik samen met Karin (Wagenaar) en Jaap (Zoetmulder) dit stuk in de verdiepende training als apart onderdeel heb ingebracht. Een beetje verbazingwekkend was toen achteraf gezien wel dat ik pas een jaar later mij opeens bedacht dat ik als supervisor hier ook veel mee kon doen. Het is vanaf dat moment dat ik mijn supervisanten altijd bij het eerste gesprek vraag naar hun eigen hechtingsgeschiedenis. Ik vraag dan aan ze wat ik van ze moet weten daarover zodat wanneer dit stuk geraakt wordt, wij het er samen al over gehad hebben, hetgeen een mooie atmosfeer geeft om het er in warmte over te hebben. Daarnaast heeft de aandacht voor deze vraag ook een normaliserende werking voor de therapeut, hetgeen deze helpt het er ook in ontspannen sfeer met zijn of haar cliënten over te hebben, hetgeen weer winst is.

Maar hier ben ik dus echt trots op, vooral ook omdat de gesprekken met Sue behoorlijk pittig waren. We vochten echt allebei voor ‘ons kindje’ en ik heb aangehouden, omdat ik het oprecht een heel belangrijk punt vond wat in het EFT model onderbelicht was gebleven.

Sabine:
Wat een essentieel punt inderdaad, ik kan mij goed voorstellen dat je hier trots op bent.
Zijn er nog andere punten waar je trots op bent, of die je in ieder geval tot slot van dit interview nog leuk of belangrijk vindt om te vertellen?

Barbara:
Toen ik in Ierland in 1974, ik was toen 28 jaar, als nog best jonge maatschappelijk werkster een erg boeiende baan had, wist ik al heel zeker dat ik gezinstherapeute wilde worden. Ik had al een hele zomer in New York een cursus gevolgd aan het Ackerman instituut voor gezinstherapie. In Ierland nodigde ik samen met een aantal collega’s een aantal gezinstherapeuten uit, uit Engeland en Amerika, waaronder Virginia Satir, om een workshop te geven. Dat was voor het eerst in Ierland dat het gedachtengoed van dat model en die hele zienswijze aandacht kreeg. Later richtten we een vereniging voor gezinstherapie op en kwamen er 2 opleidingsinstituten waar ik, na er zelf een opleiding gevolgd te hebben, ook lang les aan gaf. Ik word nu de grootmoeder van de Gezinstherapie genoemd in Ierland. Dat vind ik een erg leuke titel, en soort nalatenschap. 

Toen ik vorig jaar 70 werd vroeg ik mij af; wat is dan mijn professionele nalatenschap hier in Nederland, in de EFT? Ik schreef geen boeken, dus wat ik nalaat is onzichtbaar, ontastbaar; zo is dat met ons vak. Misschien, en ik hoop erg, dat er een aantal van door mij begeleide echtparen zullen zijn die een nieuwe en meer verbindende manier hebben gevonden om met elkaar door het leven te gaan.

Ik word heel erg blij als ik denk aan de supervisanten die ik nu al jaren mag begeleiden in het knappe werk wat zijn doen en last but not least, ik ben heel blij met  alle supervisoren die ik samen met Karin kon bij staan in hun leerproces naar het supervisor schap van de EFT. Blij en trots op hen allemaal, supervisanten en supervisoren. Misschien ben ik nu ook een soort van EFT grootmoeder in Nederland?