Emotionally Focused Family Therapy

  • 28 maart, 2019;

In oktober 2018 rijd ik met blije nieuwsgierigheid richting A Solution in Utrecht. Ik heb uitgekeken naar twee dagen Emotionally Focused Family Therapy; het is fijn om EFT-bekenden weer te zien en tegelijkertijd het nieuwe te omarmen. Met een soort paradoxaal gevoel van ontspannenheid en tegelijkertijd een ingespannen focus, neem ik plaats en kijk in het rond. Fascinerend vind ik al die kleine subsysteempjes. Bekenden die elkaar omhelzen, onbekenden die aftasten en voorzichtig aansluiting vinden. Ik houd van de periferie in groepen. De plek waarbij ik kan en mag observeren en registreer, terwijl ik bewust kan kiezen wanneer ik onderdeel wil zijn van het grotere geheel. Ik denk aan mijn eigen post-pubers die eigenlijk hetzelfde doen. Ik glimlach. Kennelijk ‘worstel’ ik ook met mijn individuele behoefte aan autonomie en de parallel daaraan lopende behoefte in verbinding te zijn met anderen.

Vanaf de eerste minuut nemen Jim Furrow en Gail Palmer ons mee in de magie van gezinstherapie, maar dan op de EFT-manier. Als systeemtherapeut word ik, zelfs na lange tijd, nog steeds geïntrigeerd door de dynamiek van het gezinssysteem. Zó anders dan bij stellen en tegelijkertijd met het bekende EFT-gevoel: trager, in hechtingstaal verdiepen en daarmee zó rakend; de afzonderlijke delen worden in no time meer dan het geheel.

We kijken naar een video waarbij de therapeut werkt met een moeder en haar zoon van ongeveer 14 jaar. Vader is aanwezig maar zwijgt. De zoon zegt tegen zijn moeder: “Mam, ik zeg zo vaak dat ik van jou houd. Dit doe ik om de bevestiging te krijgen dat jij ook van mij houdt.” We kijken met elkaar naar de prachtige kwetsbaarheid van deze jongen. Ik voel bewondering. De moeder die daarop volgt; “Lieverd, ik houd ook van jou. Ik wil alleen wel dat je je beter gaat gedragen.” En op dat ‘maar’ stukje houden wij een moment onze adem in. Ik wel in ieder geval. Op zo’n moment vloeit ongetwijfeld ons eigen ouderschap én ons professionele gevoel moeiteloos in elkaar over. We zien de ogen van deze jongen zich vullen met tranen en hij bijt op zijn lip. De moeder gaat door. De houding van de jongen wordt kleiner en geslotener.

Jim Furrow en Gail Palmer vervolgen. Ze vertellen dat de ‘maar’ na een dergelijke, betekenisvolle zin, alle kracht eruit haalt. Er is sprake van een ‘parental block’. Sterker nog: het maakt de moeder, in de ogen van haar zoon, minder betrouwbaar. Hij zal de volgende keer op zijn hoede zijn. Het is de aai over je bol, die eindigt in een draai om je oren. Deze moeder is niet afgestemd op haar zoon. Achter de ‘maar’ zit haar eigen hechtingspijn verborgen. De therapeut werkt in de video vervolgens een sessie met deze moeder alleen. Net als in de interactie met stellen, geldt ook voor deze ouder-kindrelatie dat moeder zoon pas kan ontvangen, als ze ontvankelijk, responsief en betrokken is op zijn hechtingsbehoeften.

De EFFT-therapeut voorziet in kaders waarbinnen het gezin zich opnieuw kan verbinden vanuit veilige, geruststellende, ondersteunende en positieve emotionele interacties. Net als bij EFT vraagt dit om een stevige werkrelatie met de therapeut. Vanuit een veilige en betrouwbare werkcontext  kunnen de ouders en kinderen negatieve interactionele patronen doorbreken en worden individuele symptomen belicht als de reflectie van onbeantwoorde hechtingsbehoeften.

Aan het einde van deze tweedaagse training spreek ik mijn collega met wie ik in dezelfde intervisiegroep zit. We zijn allebei geraakt door EFFT. Middels de videofragmenten zien we hoe het ontvouwen van ouderlijke kwetsbaarheid impact heeft op de manier waarop kinderen aanwezig zijn tijdens de sessies; van gesloten en afwerend naar toenemend nieuwsgierig en betrokken. Wat een prachtige manier van werken met het gezin. We spreken ook onze lichte angst erover uit. Zijn we in staat om met het hele gezin die diepere lagen van ieders hechtingsverhaal te verkennen? Wat als ouders zich niet kunnen openen? Moeten we niet voorzichtig zijn met kinderen erbij? We concluderen dat de parental block wellicht ook een ‘therapeutic block’ kent; zouden we moeite hebben om kinderen in onze aanwezigheid bloot te stellen aan zoveel ouderlijke emotie of juist helemaal geen emotie?

Inmiddels maanden verder, kan ik niet anders concluderen dat deze twee dagen EFFT mij veel gebracht hebben. Ik voel mij meer op mijn gemak om de EFT-principes ook te gebruiken bij gezinnen. Daarnaast heb ik veel nagedacht over wat Jim Furrow ons als laatste meegaf: “Als we in de opvoeding meer zorgdragen voor ‘emotional management’ van onze kinderen, hebben we geen stoutkrukje meer nodig.” Ik kan niet wachten tot er een vervolg komt op deze twee dagen.

Redactie Stichting EFT Nederland,

Barbara Veldt